De wijze Narada dacht dat hij een grote toegewijde van God was.

Ooit zei Krishna: "Narada, er is één boer op deze wereld die een grotere toegewijde is dan jij." Narada trok dit in twijfel en kwam naar de aarde om deze boer in eigen persoon te ontmoeten. Hij zag dat de boer God's naam slechts drie keer per dag reciteerde. "Hoe kan hij nou een grotere toegewijde zijn dan ik?", dacht Narada. Bij  terugkeer naar de hogere sferen deelde hij zijn twijfel met God.

God gaf hem een een kleine kan die tot de rand toe gevuld was met olie en hij vroeg Narada deze op zijn hoofd te houden terwijl hij rond een bepaalde heuvel liep zonder een druppel van de olie te morsen. Toen Narada terugkeerde nadat hij de ronde volbracht had, vroeg God: "Hoeveel keer heb je mijn naam gereciteerd terwijl je daar zo liep?". Narada dacht even na en verbaasde zich erover dat hij zich niet één keer God's naam had herinnert. Zijn aandacht was volledig gericht geweest op het balanceren van de kan met olie zodat hij niets zou morsen.
God zei met een lach om zijn mond: "Begrijp je nu wat een grote devotee die boer is? Zelfs tijdens zijn afmattende werk herinnert hij zich mij drie keer, is het niet?"

Kinderen, diegene die tegelijkertijd bezig is met karma (actie) en zich God herinnert is het nobelst.

Amma.