De tweede fase van Sudhamani's spirituele ontwikkeling begon toen ze op een dag onverwacht een visioen van de Goddelijke Moeder kreeg. Deze ervaring werd gevolgd door een toestand van aanhoudende 'God-dronkenheid'. Dag en nacht was zij gegrepen door het verlangen met de Goddelijke Moeder één te worden.

Haar familieleden en de meeste mensen uit de buurt begrepen helemaal niets van Sudhamani's ervaringen. Omdat ze zich niet zo gedroeg als andere meisjes, begonnen zij Sudhamani op alle mogelijke manieren dwars te zitten. Ze werd uiteindelijk gedwongen haar ouderlijk huis te verlaten waardoor ze de dagen en nachten buiten door moest brengen. De hemel werd haar dak, de aarde haar bed, de maan haar lamp en de zeewind haar ventilator. Toen Sudhamani's eigen familie en de dorpsbewoners haar afwezen, hielden vogels en andere dieren haar gezelschap en werden haar trouwe vrienden. De dieren brachten haar voedsel en stonden haar naar vermogen bij.

Sudhamani leefde maandenlang in ascese. Ze werd onverschillig t.o.v. de behoeften van haar lichaam en vergat vaak te eten en te slapen. Haar hele wezen was vol van de Liefde en het verlangen naar de Goddelijke Moeder. Ze huilde door de aanraking van de zeewind, omdat ze het gevoel had dat de Goddelijke Moeder haar streelde. Ze bevond zich urenlang in samadhi (verzonken zijn in het Zelf), soms zelfs dagenlang, zonder enig teken van uiterlijk bewustzijn te laten zien. Uiteindelijk verscheen de Goddelijke Moeder voor Sudhamani in haar volle gelukzaligheid. Wat toen volgde, kan alleen in Sudhamani's eigen woorden beschreven worden: 'Lachend werd de Goddelijke Moeder een zee van Licht en versmolt met mij. Mijn geest bloeide op en zwom in het Licht van goddelijkheid'.

Jonge AmmaOp deze manier ging Sudhamani's identiteit volledig op in de Goddelijke Moeder. Kort daarna ging zij voorbij aan naam en vorm en realiseerde zij haar ware vormloze Zelf. De oertoon 'Aum', die het hele universum doordringt, steeg uit haar innerlijke wezen op. Sudhamani herkende, dat 'niets zich onderscheidt van mijn eigen vormloze Zelf, waarin het hele universum als een kleine luchtbel bestaat'.

Sudhamani ervoer duidelijk, dat alle vormen van God en alle kwaliteiten in haar aanwezig zijn en zich door enkel haar wil kunnen manifesteren.
'Als een bloem zich opent, dan komen de bijen vanzelf'. Op de leeftijd van 22 jaar begon 'Amma', die tot dan toe Sudhamani genoemd werd, met haar missie om de boodschap van spiritualiteit te verspreiden.

Ontelbare mensen stroomden naar haar toe om haar zegen te ontvangen. De plaats van haar geboorte werd veranderd in een ashram (een Indiaas klooster). Amma nam daar een groep jonge leerlingen op en begon hen in overeenstemming met de sannyasatraditie (monnikentraditie) van India te begeleiden.